Toenemende Vervuiling
van het Milieu

Milieuverontreiniging

In ons huidige economische systeem gaat groei bijna automatisch gepaard met meer milieuvervuiling. Overheden zullen proberen dit effect tegen te gaan door middel van regelgeving. Op deze pagina worden de belangrijkste vormen van milieuvervuiling kort beschreven, en wordt aangegeven welke sectoren met name geconfronteerd kunnen worden door striktere wetgeving.


Luchtverontreiniging
Economische activiteiten leiden tot uitstoot van aerosolen en fijne deeltje in de atmosfeer. Deze stoffen kunnen schade toebrengen aan mensen en ecosystemen. Het betreft onder andere zwaveldioxide, stikstofdioxide, koolmonoxide, methaan, vluchtige organische stoffen en fijnstof. Een aantal van deze stoffen reageren met zonlicht, waardoor ozon wordt gevormd, wat weer bijdraagt aan het ontstaan van smog. De voornaamste bronnen van vervuiling zijn kolencentrales, verbrandingsmotoren (auto's, vrachtwagens), en landbouw, met name veeteelt.

De kwaliteit van de lucht binnenshuis kan soms zelfs slechter zijn dan buiten, met name in ontwikkelingslanden, waar ongeveer 3 miljard mensen gebruik maken van open vuur en kachels voor koken en verwarming. Wellicht minder bekend, maar ook in het Westen kan de lucht binnenshuis schadelijke stoffen bevatten, bijvoorbeeld door het vrijkomen van gassen uit muren en meubilair.

Vooral relevant voor de sectoren: energieproductie, transport & logistiek, landbouw, en de chemische industrie (bijvoorbeeld lijmen en verven)


Biodiversiteitsverlies
Biodiversiteit is de mate van verscheidenheid aan levensvormen in een ecosysteem, en wordt gezien als een indicator voor de kwaliteit en gezondheid hiervan. Biodiversiteit is belangrijk voor vitale functies van ecosystemen, zoals het filteren van lucht en water en bestuiving van gewassen, en als bron van grondstoffen voor productie van voedsel en medicijnen. Als zodanig is biodiversiteit ook van grote waarde voor het bedrijfsleven, en dient het in stand gehouden te worden.

Er zijn in geologische geschiedenis vijf periodes geweest waarin soorten op grote schaal zijn uitgestorven, bijvoorbeeld als gevolg van de inslag van een meteoriet, circa 65 miljoen jaar geleden. De huidige tijd wordt wel beschreven als de zesde massa-extinctie. Ditmaal zijn het geen externe factoren, maar activiteiten van de mensheid zelf die hieraan ten grondslag liggen. De voornaamste oorzaken van biodiversiteitsverlies zijn vernietiging van leefgebieden, introductie van uitheemse soorten, en overexploitatie. Naar verwachting zal klimaatverandering het verlies aan biodiversiteit nog verder versterken, omdat veel soorten zich niet snel genoeg kunnen aanpassen aan de stijging van de temperatuur. Volgens sommige inschattingen kan 40-70% van de soorten aan het eind van deze eeuw uitgestorven zijn.

Vooral relevant voor de sectoren: hout- en papierindustrie, visserij, landbouw, en de voedingsmiddelenindustrie


Chemische verontreiniging
De mens heeft het vermogen ontwikkeld om stoffen te maken die niet van nature in de natuur voorkomen. Sommige van deze stoffen kunnen niet door de natuur worden afgebroken, waardoor ze achter blijven in de atmosfeer, in de grond, of in rivieren en oceanen. Chemicaliën worden in veel producten gebruikt, waaronder pesticiden, geneesmiddelen, huishoudelijke producten, cosmetica, en allerlei soorten kunststof. Ze kunnen in het milieu belanden door directe toepassing (bijvoorbeeld pesticiden), door uitstoot in productieprocessen, maar ook door weg te lekken uit producten.

Meer dan 80.000 chemische verbindingen worden gebruikt in commerciële toepassingen, en jaarlijks worden duizenden nieuwe verbindingen gecreëerd. Een aantal hiervan zijn kankerverwekkend of hebben mogelijk een negatieve invloed op de hormoonhuishouding van dier en mens, wat kan leiden tot geboorteafwijkingen en gedragsstoornissen.

De EU heeft de regulering van chemische stoffen ter hand genomen, en een toenemend aantal consumentenorganisaties en NGOs dringt er bij fabrikanten op aan om bepaalde chemische stoffen niet langer toe te passen, zoals bisfenol A en ftalaten.

Vooral relevant voor de sectoren: chemische industrie, en bedrijven die gebruik maken van plastic, andere kunststoffen, en chemische ingrediënten, met andere woorden bijna alle producenten van fysieke goederen


Ontbossing
In het afgelopen decennium (2000-2010) ging ieder jaar wereldwijd circa 13 miljoen hectare bos verloren, volgens de FAO. Omdat er ook nieuwe bossen worden aangeplant, bedroeg het netto-verlies ongeveer 5,2 miljoen hectare per jaar, ongeveer 1,25 keer de oppervlakte van Nederland. Volgens de FAO lijkt het tempo van ontbossing af te nemen, maar dit wordt weersproken door critici, die erop wijzen dat illegale houtkap niet in de cijfers wordt gereflecteerd. Hoe dan ook, ontbossing blijft een van de grootste milieuproblemen van dit moment.

Een van de oorzaken van ontbossing is de oogst van hout voor gebruik als brandstof. Circa 3 miljard mensen zijn aangewezen op hout(skool) voor het koken en verwarmen van huizen. Echter, de belangrijkste oorzaak is ontginning voor landbouw. De groeiende bevolking en stijgende vraag naar vlees leiden tot meer behoefte aan voedsel en diervoeding, bijvoorbeeld in de vorm van soja, waardoor er steeds meer landbouwgrond nodig is. Ook de groeiende vraag naar biobrandstoffen speelt een rol.

Ontbossing vertegenwoordigt tot 20% van de wereldwijde CO2-uitstoot, en draagt dus flink bij aan klimaatverandering. Andere negatieve gevolgen van ontbossing zijn verstoring van de waterhuishouding, wat tot droogte kan leiden, verlies van vruchtbare aarde door erosie, en verlies van biodiversiteit.

Vooral relevant voor de sectoren: landbouw, met name in de tropen, hout- en papierindustrie, biobrandstoffen, en de voedingsmiddelenindustrie


Nutriënten-vervuiling
Iedere levende cel heeft stikstof nodig. Stikstof wordt door planten opgenomen vanuit de grond, waarna het zijn weg vindt naar mens en dier door consumptie van groente en fruit. Het element stikstof komt veel voor in de atmosfeer, in de vorm van N2 (distikstof), maar was relatief beperkt aanwezig in de grond, tot aan de uitvinding van kunstmatige stikstoffixatie voor gebruik in kunstmest. Vandaag de dag bedraagt de wereldwijde productie van kunstmest (gebaseerd op stikstof, maar ook op fosfor en potas) ongeveer 230 miljoen ton per jaar, waarmee de productiecapaciteit van de landbouw enorm wordt vergroot, hetgeen van cruciaal belang is voor het voeden van de wereldbevolking.

Het gebruik van deze nutriënten (voedingsstoffen) heeft echter ook belangrijke nadelen. Slechts een derde van de voedingsstoffen wordt door planten opgenomen. De rest wordt weggespoeld en belandt in rivieren en uiteindelijk rivierdelta's, waar eutrofiëring optreedt: sterke bloei van algen, wat weer leidt tot zuurstofschaarste (hypoxie). Het gevolg zijn zogenaamde 'dead zones', delen van de oceaan waar nauwelijks leven voorkomt. De bekendste 'dead zone' is die in de Golf van Mexico, waar de Mississippi in uitmondt, en daar grote hoeveelheden voedingsstoffen deponeert. Een deel van het kunstmatige stikstof belandt ook in de atmosfeer, in de vorm van N2O (lachgas), een krachtig broeikasgas.

Kunstmest is onmisbaar, maar moet veel efficiënter worden gebruikt om deze negatieve gevolgen te verminderen.

Vooral relevant voor de sectoren: traditionele landbouwbedrijven die kunstmest gebruiken, en de zakelijke afnemers van deze bedrijven, bijvoorbeeld in de voedingsmiddelen- en kledingindustrie


Verzuring van de oceanen
Ongeveer een derde van de CO2 die de mensheid heeft uitgestoten sinds het begin van de Industriële Revolutie is door de oceanen opgenomen. Dit heeft geholpen om de opwarming in enige mate beperken. Het nadeel is echter dat wanneer CO2 reageert met water er koolzuur ontstaat. Hierdoor is de zuurgraad van de oceanen in de afgelopen twee eeuwen met ongeveer 30% gestegen, en blijft toenemen, in lijn met de stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Oceaanverzuring wordt ook wel 'het andere CO2-probleem' genoemd.

Oceaanverzuring heeft een negatieve invloed op calcificerende organismen zoals koralen, kreeftachtigen, plankton en algen. Dit kan grote gevolgen hebben, omdat deze soorten aan de basis staan van veel voedselketens.

Vooral relevant voor de sectoren: visserij (direct) en CO2-intensieve sectoren zoals energieproductie (indirect)


Aantasting van de ozonlaag
Rond 1920 werd een aantal chloor- en broomhoudende gassen uitgevonden, waaronder Cfk's, die in de navolgende decennia op grote schaal zijn toegepast in airconditioning, als drijfgassen in spuitbussen, en in bepaalde industriële toepassingen. In de jaren '70 kwamen wetenschappers tot de ontdekking dat deze gassen ozon in de stratosfeer afbreken. De ozonlaag beschermt het leven op aarde door schadelijke straling van de zon, met name UV-B, tegen te houden. In de tussentijd was de ozonlaag sterk verdund, en ontstond er een gat in de ozonlaag, in het voorjaar en vooral boven de Zuidpool.

In 1987, kort na ontdekking van het gat in de ozonlaag in 1984, werd het Montreal Protocol afgesloten, en sindsdien is de wereldwijde productie van Cfk's en gerelateerde gassen met 90% teruggebracht. Het kan echter nog meer dan 50 jaar duren voor de ozonlaag weer hersteld is.

Omdat de zogenaamde 'Montreal-gassen' ook een sterk broeikaseffect hebben, heeft het Montreal Protocol als gunstige bijwerking ook bijgedragen aan vermindering van de opwarming, meer zelfs dan het daarvoor bestemde Kyoto Protocol. De perfecte oplossing is echter nog niet gevonden. Cfk's zijn namelijk grotendeels vervangen door Hfk's, wat ook broeikasgassen zijn, zij het aanmerkelijk minder krachtig.

Vooral relevant voor de sectoren: industriële bedrijven in ontwikkelingslanden die nog Cfk's produceren, en sectoren die Hfk's gebruiken, voor koeling (bijvoorbeeld in opslag en distributie van voedsel) en airconditioning (bijvoorbeeld in gebouwen en auto's)


Bedrijven moeten zich bewust zijn van de verschillende manieren waarop hun producten bijdragen aan milieuverontreiniging, in de gehele waardeketen beschouwd, en proberen om de milieu-impact zoveel mogelijk te beperken. Op deze manier kunnen bedrijven zichzelf beschermen tegen toekomstige regelgeving, en een voorsprong nemen op de concurrentie.