Efficiënt en Effectief
Uiteindelijk moet alle energie uit een hernieuwbare bron afkomstig zijn

Koolstofintensiteit

De uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet drastisch worden teruggebracht om de effecten van klimaatverandering te beperken. Bedrijven in de landbouw spelen een belangrijke rol bij de reductie van de overige broeikasgassen, zoals de beperking van methaanuitstoot door vee en rijstbouw, en de reductie van lachgas (N2O) door minder kunstmest te gebruiken. De CO2-uitstoot wordt voornamelijk veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen voor elektriciteit, verwarming en koelen, en transport. De eerste stap is om het energieverbruik te reduceren door efficiëntiemaatregelen (zie grondstoffen-efficiëntie). Vervolgens moet de CO2-intensiteit van het resterende energieverbruik worden teruggebracht.

De CO2-intensiteit van energie kan op twee manieren worden gereduceerd. Ten eerste, door om te schakelen naar fossiele brandstoffen met een kleinere koolstofinhoud, bijvoorbeeld gas in plaats van kolen voor de opwekking van elektriciteit. Echter, om duurzaamheid te bereiken moet uiteindelijk alle energie uit een hernieuwbare bron afkomstig zijn (zie onderstaande tabel).

Hernieuwbare energie-technologieënBedrijven hebben twee mogelijke opties om het gebruik van duurzame energie uit te breiden. De eerste optie is om zelf te investeren in opwekkingscapaciteit, bijvoorbeeld in de vorm van zonnepanelen op daken van grote gebouwen, zoals fabrieken en magazijnen. Dit is gedaan door verschillende retailers, in zonnige delen van de VS (Walmart, Kohl's), en in Zuid-Europa. Vaak worden in deze gevallen de investeringen gedaan door ESCO's ('energy service companies'), die vervolgens lange-termijn leveringscontracten afsluiten met de retailers. Andere bedrijven investeren in windenergie, zoals Heineken, die windturbines neer heeft gezet naast een brouwerij.

Zelf investeren in duurzame energie is echter lang niet eenvoudig. Ten eerste behoort het niet tot de kernactiviteit van de meeste bedrijven. Daarnaast blijkt bedrijven die de mogelijkheden onderzoeken tegen twee barrières aan te lopen:

  • Een ongunstige of onzekere business case. Veel vormen van duurzame energie zijn nog duurder dan energie uit fossiele brandstoffen. De kosten dalen snel, door schaal- en leereffecten, maar het is vaak onduidelijk wanneer hetzelfde kostenniveau bereikt zal worden, zonder subsidies en belastingvoordelen. Bovendien vergen sommige technologieën incrementele investeringen. Zo zijn elektrische voertuigen duurder in de aanschaf, door de extra kosten van de batterijen. Zelfs wanneer de 'total cost of ownership' lager is, kan de additionele financieringsbehoefte een probleem vormen, zeker in tijden van kapitaalschaarste.
  • Gebrek aan aanbod. Veel duurzame technologieën zijn nog niet uitontwikkeld, en daarom nog niet ruim beschikbaar. Voorbeelden hiervan zijn elektrische voertuigen en tweede-generatie biobrandstoffen.

Deze factoren worden nader geïllustreerd in het onderstaande case voorbeeld.

Financiële impact van duurzame energie-technologieën

Wanneer zelf investeren niet mogelijk of niet aantrekkelijk is, kunnen bedrijven van de tweede mogelijkheid gebruik maken: duurzame energie inkopen van energieleveranciers. Deze energiebedrijven hebben de schaal, toegang tot subsidies, gunstige locaties, etc. die het mogelijk maken om duurzame energie aan te bieden tegen concurrerende prijzen (of voor licht hogere prijzen, die voor lange tijd worden vastgezet, waardoor het risico van stijgende olieprijzen wordt afgedekt).

Er is nog een derde mogelijkheid, namelijk een combinatie van de eerste twee opties. Diverse bedrijven, waaronder Ikea als prominent voorbeeld, hebben ervoor gekozen om zelf te investeren in duurzame energie, door een aandeel te nemen in reeds gebouwde windparken, in plaats van of naast investeringen op eigen terrein.


Emissiehandel
Het Emissiehandelssysteem van de EU (ETS) omvat circa 11.000 installaties in 30 landen. Het ETS is een ‘cap-and-trade’ systeem, dat wil zeggen dat er een 'cap' wordt gezet op de totale uitstoot, en dat emissierechten verhandeld kunnen worden door de deelnemers in het systeem. Het voordeel van een handelssysteem is dat het in theorie moet leiden tot investeringen in de goedkoopste emissiereducties. Het systeem werkt echter alleen naar behoren wanneer het aantal rechten beperkt is, en daardoor waardevol. Op dit moment is het aantal rechten te groot, met een lage CO2-prijs tot gevolg. Hierdoor is het voor sommige bedrijven goedkoper om emissierechten te kopen dan te investeren in het terugdringen van de eigen uitstoot.

Echter, omdat de uitstoot van broeikasgassen drastisch moet afnemen, zal het systeem verbeterd moeten worden, of vervangen door andere mechanismen, zoals een CO2-belasting. Voor de lange termijn is het terugbrengen van de eigen uitstoot dus de enige goede bedrijfsstrategie.